Leren · Kleurzicht
Hoe werkt kleurenblindheid?
“Kleurenblindheid” is een verzamelnaam. In de meeste gevallen gaat het niet om het missen van kleur, maar om verminderd onderscheidingsvermogen: bepaalde kleuren gaan meer op elkaar lijken. Hieronder de belangrijkste begrippen.
Drie kegeltypen
Kleurzicht ontstaat doordat drie soorten kegeltjes in het netvlies licht van verschillende golflengten opvangen: de L-kegel (lange golflengte, “rood”), de M-kegel (middellang, “groen”) en de S-kegel (kort, “blauw”). De hersenen leiden kleur af uit de verhouding tussen deze signalen.
Anomale trichromasie versus dichromasie
Anomale trichromasie (…anomalie)
Alle drie de kegeltypen zijn aanwezig, maar één type is spectraal verschoven. Het onderscheidingsvermogen is verminderd, in gradaties — van nauwelijks merkbaar tot sterk. Daarom is er in de simulator een instelbare ernst.
Dichromasie (…anopie)
Eén kegeltype ontbreekt functioneel volledig. Dit is een wetenschappelijk gedefinieerd eindpunt, geen instelbare filtersterkte. In de simulator staat de ernst-regelaar daarom uit bij dichromasie.
Drie assen: protan, deutan en tritan
- Protan (L-kegel, “rood”): protanomalie (rood-zwak) en protanopie (rood-blind). Rood-groen-onderscheid vervaagt; rood oogt donkerder.
- Deutan (M-kegel, “groen”): deuteranomalie (groen-zwak) en deuteranopie (groen-blind). De meest voorkomende vorm; ook een rood-groen-as.
- Tritan (S-kegel, “blauw”): tritanomalie en tritanopie. Zeldzamer; hier vervaagt vooral het blauw-geel-onderscheid.
Verlies van onderscheid — niet “geen kleur”
Een veelgehoord misverstand is dat mensen met een kleurzichtprofiel “alles in grijs” zien. Dat is zeldzaam (volledige kleurloosheid, monochromasie, valt bewust buiten deze simulatie). Bij de zes profielen hier gaat het om welke kleurparen hun onderscheid verliezen, niet om totale afwezigheid van kleur.
Aangeboren versus verworven
De meeste kleurzichtprofielen zijn aangeboren en stabiel gedurende het leven. Kleurzicht kan ook verworven veranderen door bijvoorbeeld staar, medicatie of aandoeningen van het netvlies of de oogzenuw; die vormen zijn variabeler en vallen buiten de zes aangeboren profielen die KLEURLENS simuleert.
Simulatie is geen diagnose
KLEURLENS toont een benadering die helpt begrijpen welke verschillen kunnen samenvallen. Het is geen test en stelt geen diagnose. Vermoed je een kleurzichtprofiel, ga dan naar een optometrist of oogarts voor een klinisch onderzoek.